maart 2010
M D W D V Z Z
« feb    
1234567
891011121314
15161718192021
22232425262728
293031  

Kleine Voorjaarsspanner

Kleine voorjaarsspanner

Kleine voorjaarsspanner

Een zeker niet algemene nachtvlinder in het noorden van Noord-Holland is de kleine voorjaarsspanner (Agriopis leucophaearia). Op Vlindernet zag ik in het Robbenoordbos slechts één andere melding. Dit mannetje dat ik gisteren fotografeerde komt ook uit die buurt.
Alleen het mannetje van de kleine voorjaarsspanner kan vliegen, het vrouwtje heeft slechts een paar stompjes. De spanwijdte van het mannetje is ongeveer drie centimeter. De vliegtijd is van januari tot half april.

Brede Wielwebspin

Brede wielwebspin

Brede wielwebspin

In de herfst van het vorige jaar troffen we op de Veluwe een aantal uit dor gras gevlochten nestjes aan. De nestjes bevonden zich in de top van het gras.
Na het openmaken van zo’n nestje bleek er een klein spinnetje in te zitten en wel een brede wielwebspin (Agalenatea redii). Ik neem aan dat de spinnetjes in de nestjes overwinteren, maar kan verder geen informatie vinden over dit gedrag.
Leuk om te vermelden is dat deze spinnensoort in het Duits “Körbchenspinne” (mandjesspin) wordt genoemd, maar dat is omdat de spin in een gesponnen mandje naast haar web wacht op een prooi.

Bladpootwants

Bladpootwants

Bladpootwants

Van de week kwam mijn buurman aan de deur met een insect in een plastic potje. In het potje zat een flinke wants, hoewel je een wants eigenlijk in deze tijd van het jaar niet zou verwachten.
Na wat foto’s van het dier gemaakt te hebben wilde ik de wants determineren. De wants had opvallende verbredingen aan de schenen van de achterpoten dus determinatie moest eenvoudig zijn (dacht ik). Mijn insectengids bracht geen uitkomst, ook een Duitse internetsite met Europese wantsensoorten niet. Een tweede internetsite bracht me na wat zoekwerk uiteindelijk wel de oplossing.
Het gaat hier om de bladpootwants (Leptoglossus occidentalis), een wants die oorspronkelijk uit Noord-Amerika komt en pas in 2007 voor het eerst in Nederland is waargenomen. In 2008 waren er slechts tien waarnemingen van deze soort en op waarneming.nl telde ik er al 34 in 2009. De soort is dus duidelijk in opmars in Nederland. Opvallend is dat de meeste van deze waarnemingen langs de kust plaatsvinden.
De bladpootwants is een randwants (Coreidae) met een lengte van zo’n twee centimeter en kan goed vliegen. De soort leeft op verschillende soorten naaldbomen, vooral op den en spar, maar in stedelijk gebied ook op ceder en jeneverbes. De wantsen zuigen aan de ontwikkelende zaden en jonge scheuten en kunnen daardoor aanzienlijke schade aanrichten aan de zaadproductie van de waardplant.
De bladpootwants heeft doorgaans één generatie per jaar en overwintert als adult. Ze overwinteren op beschutte plaatsen, onder andere in woningen. Soms in grote groepen omdat ze elkaar aantrekken door de afscheiding van feromonen.

Jonge Merel

Jonge merel

Jonge merel

Kiekeboe! Een merel (Turdus merula) loert van achter een houten paal in het rond.
De snavel van dit mannetje is nog niet helemaal oranjegeel gekleurd, het is een jong van vorig jaar.

Gewone Zeehond

Gewone zeehond

Gewone zeehond

Gisteren ben ik meegeweest met een boottocht op de Waddenzee. De weersvoorspellingen waren niet veelbelovend: windkracht 7 bij vier graden. De wind was gelukkig al een stuk afgenomen bij vertrek, de temperatuur klopte wel. Behoorlijk fris dus op het open water.
De bedoeling was dat we op zoek zouden gaan naar ijseenden. We hebben er een stuk of dertig gespot, helaas waren ze te ver weg om te kunnen fotograferen.
Deze gewone zeehond (Phoca vitulina) was gelukkig zo aardig een tijdje bij de boot te blijven dobberen. Waarschijnlijk was het dier gewoon nieuwsgierig.

Gewone Glimmerinktzwam

Gewone glimmerinktzwam

Gewone glimmerinktzwam

Zo af en toe ben ik door mijn voorraad recente foto’s heen en moet ik teruggrijpen naar wat ouder materiaal. Deze gewone glimmerinktzwammen (Coprinus micaceus) op een berkenstronk fotografeerde ik afgelopen herfst op de Veluwe.
Gewone glimmerinktzwammen zijn algemeen op dode stronken, stammen en takkenvan loofbomen in loofbossen, parken en wegbermen. Ze staan altijd in groepen of bundels. Te vinden van het voorjaar tot de herfst. De hoed is okerkleurig tot honinggeel, ei- tot klokvormig met een diameter van 1 tot 3 centimeter, geribbeld en met korrelig wit tot bruin velum bedekt. De rand van de hoed scheurt vaak in.

Grijze Bolsnuitkever

Grijze bolsnuitkever

Grijze bolsnuitkever

Hé hé, eindelijk, dat werd tijd.
Dit snuitkevertje vond ik samen met nog een aantal soortgenoten op 21 mei van het vorige jaar in de duinen bij Den Helder. Ik heb me helemaal suf gezocht naar de juiste soortnaam en denk dat ik hem nu gevonden heb. Volgens mij is het Philopedon plagiatus. Ik vond op internet de Nederlandse soortnaam ‘grijze bolsnuitkever’, maar denk niet dat deze naam officieel is.
Philopedon plagiatus leeft in de duinen en vreet daar van helm. Zij kan meer landinwaarts aangetroffen worden op kruipwilg, zeeden en grove den.
Het kevertje is slechts vijf millimeter lang, de zandkorrels op de foto lijken daarom wel keien.

Rode Hooiwagen

Rode hooiwagen

Rode hooiwagen

De rode hooiwagen (Opilio canestrinii) zul je in deze tijd van het jaar waarschijnlijk niet meer aantreffen, maar in zachte winters zijn ze tot in februari te vinden. De meest actieve periode is van september tot in november.
Met een lengte van 3,8 mm (mannetjes) tot 8 mm (vrouwtjes) zijn het middelgrote hooiwagens. Verder zijn ze lichtgekleurd en langbenig.
De habitat van de rode hooiwagen is tuin en park, verder ook te vinden in meer natuurlijke biotopen zoals bosranden, lichte bossen en ruig begroeide oevers.
Oorspronkelijk is de rode hooiwagen afkomstig uit Italië en in de laatste 20 jaar over heel West-Europa verbreid.

Let op de droeve blik van dit vrouwtje, dat zou ik overigens ook zijn als ik een been miste.

Grafelijkheidsduinen

Grafelijkheidsduinen

Grafelijkheidsduinen

De Grafelijkheidsduinen bij Den Helder zijn volgens zeggen overblijfselen van het oude waddeneiland Huisduinen. Het circa 100 hectare grote duingebied is vrij vlak met in het midden het duinmeer de Harmplas. De naam is afkomstig van de Graven van Egmont waar het ooit eigendom van was. Het is ook nog enige tijd militair oefenterrein geweest.
Zoals zichtbaar op de foto zijn de Grafelijkheidsduinen niet toegankelijk voor het publiek, maar vanaf het fietspad dat er langs loopt toch goed zichtbaar.

Zingende Spreeuwen

Spreeuw

Spreeuw

Houdt u ook zo van het geluid van kwetterende spreeuwen (Sturnus vulgaris)?
Als ze dan ook nog hun veren in allerlei kleuren laten glanzen in het zonlicht kan je dag helemaal niet meer stuk. Toch?