Weidebeekjuffervleugel 2

Netwerk van aderen

Netwerk van aderen

Vervolg van 22 oktober.

Gaan we nog dichterbij dan kunnen we prachtig de opbouw van de vleugels van een weidebeekjuffer (Calopteryx splendens) zien. Een netwerk van adertjes voor de stevigheid en een doorzichtig vlies om voldoende vleugeloppervlak te hebben om te kunnen vliegen.

Weidebeekjuffervleugel

Vleugeldetail van de weidebeekjuffer

Vleugeldetail van de weidebeekjuffer

Afgelopen zomer vond ik in Duitsland een dood weidebeekjuffermannetje (Calopteryx splendens). Met de bedoeling er later nog iets mee te doen deed ik het lijkje in een potje.
Nu, enkele maanden later, zag ik het potje staan en heb wat detailfoto’s van de vleugels gemaakt. Het lichaam was helaas teveel beschadigd.
Op de foto is duidelijk de voor de mannetjes van de weidebeekjuffer kenmerkende diepblauwe vleugelvlek te zien. De knik langs de vleugelrand wordt knoop of nodus genoemd. Op dit punt is de vleugel bij sterke druk flexibel zonder te knikken.

Meer details kunt u hier zien.

Bosbeekjuffer

Mannetje bosbeekjuffer

Mannetje bosbeekjuffer

Rotzakken zijn het, die bosbeekjuffers (Calopteryx virgo). Hiermee bedoel ik dat ze zo slecht te benaderen zijn. Je ziet ze vaak op bladeren zitten, maar als je dan voorzichtig naderbij sluipt vliegen ze gauw naar een blad hoog in de boom. Wachten tot ze weer naar beneden komen heeft geen zin, dat kan wel een tijdje duren.
Het zijn prachtige libellen maar hebben geen respect voor de fotograaf.

Vuurjuffers

Ei-afzet van vuurjuffers.

We zaten tussen de middag buiten ons boterhammetje op te eten toen we een vuurjuffer (Pyrrhosoma nymphula) bij onze vijver zagen vliegen. Even later zagen we nog een tweede.  Na nog wat happen brood vlogen ze opeens als een tandem rond, landden op het bamboegras en vormden een paringswiel. De paring duurde een minuut of tien, daarna vlogen ze naar de vijver om eitjes te leggen. Het mannetje bleef met zijn tangen het vrouwtje achter de kop vasthouden en liet haar her en der de eitjes afzetten.
Helaas bleven ze vrij onbereikbaar voor mijn camera die ik intussen gehaald had. Dit is een van de betere foto’s, maar ik moest wel een flinke uitsnede maken.

Paring Bruinrode Heidelibel

Paring van de bruinrode heidelibel.

Hier moest ik wel even voor op mijn buik liggen, maar deze paring van de bruinrode heidelibel (Sympetrum striolatum) wilde ik toch niet missen. Gelukkig nam het paar er de tijd voor en kon ik rustig mijn werk doen.
Sommige mensen vragen zich af hoe de paring bij libellen gaat. Welnu, dat overbrengen gaat bij libellen niet rechtstreeks, zoals bij veel andere dieren, maar het mannetje (de rode libel op de foto) bereidt dat voor door sperma over te brengen van zijn geslachtsopening aan het einde van zijn achterlijf naar het secundair geslachtsorgaan aan de onderkant van zijn achterlijf. Deze spermapakketjes moet vrouwtje daar opnemen met haar geslachtsorgaan. Het mannetje gebruikt de haken van het einde van zijn achterlijf om het vrouwtje tijdens de paring achter de kop vast te houden. Het vrouwtje omklemt met haar poten het achterlijf van het mannetje en heeft haar eigen achterlijf vrij om daarmee de spermapakketjes bij het mannetje op te halen. Zo vormen zij een zogenaamd paringswiel. In deze houding zijn ze overigens nog goed in staat om te vliegen en elders weer te landen om de paring voort te zetten.

Bosbeekjuffer

Mannetje bosbeekjuffer.

In Nederland is de bosbeekjuffer (Calopteryx virgo) door gebrek aan schone beekjes in aantal hard achteruit gegaan. Da’s jammer, want het is niet alleen een prachtig insect maar ook tekenend voor de waterkwaliteit in Nederland. Ze zijn hier alleen nog te vinden in Brabant, Limburg en de Achterhoek.
De mannetjes hebben een territorium langs de waterkant die ze verdedigen tegen andere mannetjes door ze de binnenkant van de vleugels te laten zien.
Aan de achterkant van zijn lichaam heeft het mannetje een donkerrode punt die ze aan de passerende vrouwtjes tonen en ze daarmee proberen te interesseren voor een paring. Na de paring legt het vrouwtje haar eitjes in drijvende waterplanten, waarbij ze er niet voor terugdeinst geheel onder water te verdwijnen. Het mannetje houdt daarbij de wacht op een uitkijkpost. Het duurt zeker twee jaar voordat de larve is ontwikkeld en er een nieuwe bosbeekjuffer uitsluipt.

Bruinrode Heidelibel

Bruinrode heidelibel op laken.

Afgelopen vrijdagnacht was de Nationale Nachtvlindernacht. In heel Nederland gingen enthousiaste nachtvlinderliefhebbers er op uit om nachtvlinders te lokken met lamplicht en smeer. Zo ook ik.
Een van de eerste bezoekers op het laken was echter geen nachtvlinder maar een Bruinrode heidelibel (Sympetrum striolatum). Gezien de rode kleur van het lichaam betrof het een mannetje. De Bruinrode heidelibel is herkenbaar aan de zwarte streep langs het voorhoofd welke alleen horizontaal loopt en niet omlaag langs de oogrand. Verder hebben uitgekleurde exemplaren vaak twee duidelijke banden aan de zijkant van het borststuk die aan de onderzijde citroengeel zijn.

Common Darter.

Weidebeekjuffer

Mannetje weidebeekjuffer

Mannetje weidebeekjuffer

Hier in Zuid-Limburg stromen aardig wat beekjes, dus ook de beekjuffers ontbreken niet.
Op de foto een mannetje van de Weidebeekjuffer (Calopteryx splendens) gewillig poserend op een grashalm.

Banded Demoiselle.

Libellevleugelstudie

Detail vleugels Grote keizerlibel – Anax imperator

Van de week vonden we een dode Grote keizerlibel (Anax imperator) op straat. Het lichaam was aardig beschadigd, maar een paar vleugels zagen er nog goed uit. Een mooie gelegenheid om deze wonderen der natuur eens beter te bestuderen.
Goed te zien zijn de doorzichtige cellen tussen de aderen, de gele eerste lengte-ader of voorrandader (costa) en de geel gekleurde cel langs de rand, het Pterostigma. De costa en Pterostigma zijn van belang bij het determineren van een aantal libellen.

Emperor Dragonfly, wings.

Mannetje Vuurjuffer

Mannetje vuurjuffer

Mannetje vuurjuffer

Toeval bestaat niet! Schreef ik gisteren over een vrouwtje vuurjuffer (Pyrrhosoma nymphula) die mijn tuin bezocht. Vandaag is het een mannetje die wel iets in mijn tuinvijver ziet.
Jaren heb ik geen vuurjuffers in mijn tuin gezien en nu opeens een stelletje.