Zilvervisje

Zilvervisje en face.

Zilvervisjes (Lepisma saccharina) zijn nachtactieve primitieve insecten die van vocht houden. Je vind ze dan ook vaak in hoekjes van badkamers, kelders en keukens. De naam is afkomstig van de zilverkleurige schubben en het feit dat ze watervlug zijn.

Dicyrtomina ornata 2

Springstaartje Dicyrtomina ornata.

… vervolg van gisteren.

Hier een zijaanzicht van Dicyrtomina ornata. Ik vind het net een bont gekleurd Wallace and Gromit schaapje.

Dicyrtomina ornata

Dicyrtomina ornata op water.

In onze regenton leven hele kleine insecten, het zijn springstaartjes van nog geen millimeter groot. Bij nadere bestudering blijken het wel hele fraaie beestjes te zijn. Het gaat hier om de soort Dicyrtomina ornata. Heel algemeen, maar daarom niet minder mooi.

Springstaartjes leven van schimmels en verterend plantenmateriaal. De Nederlandse naam ontlenen ze aan het sprongorgaan dat ze aan het eind van het lichaam hebben. Normaal is dit orgaan onder het lichaam vastgezet, maar bij verstoring schiet het los en vliegt het dier door de lucht.

Morgen meer …

Groene Cicade

Groene cicade.

De groene cicade (Cicadella viridis) kun je vinden van april tot november. De soort leeft vooral van grassen waar ze de plantensappen uit zuigen. Het 6 tot 9 millimeter lange lichaam heeft een opvallend groene kleur en de achterpoten zijn sterk gestekeld.

Springstaart Entomobrya nivalis 2

Entomobrya nivalis met uitgeklapte staart

Entomobrya nivalis met uitgeklapte staart

… vervolg van gisteren.

De springstaarten ontlenen hun Nederlandse naam aan hun sprongorgaan (furcula). Dit is een soort staart die in rust onder het achterlichaam gevouwen is, maar bij verstoring los veert en het insect door de lucht laat schieten.
Om een en ander wat duidelijker te maken heb ik een dode Entomobrya nivalis van de zijkant gefotografeerd. De staart ligt nu naar achteren.
Bij het bestuderen van de foto’s viel me een vreemd uitsteeksel op onder het lichaam, tussen de achterste poten. Ik heb dit fenomeen voorgelegd aan een expert op het gebied van springstaarten. Dit is zijn antwoord:
“Het uitsteeksel is het kenmerk van de springstaarten, de ventrale tubus. De Collembola (orde van springstaarten) zijn naar deze tubus genoemd. Vroeger dacht men dat de dieren met deze buis zich aan de ondergrond konden vasthechten. Vandaar collem, wat verwijst naar lijm. De ventrale tubus is belangrijk bij de vochthuishouding. Dieren die behoren tot de Symphypleona (alle bolvormige soorten) kunnen de ventrale tubus uitstulpen (althans, de buizen er in), wat wellicht gebruikt wordt bij het oprichten van het lichaam na een sprong. Zeker is dit echter niet.”

Zo zie je maar, over zo’n klein beestje valt nog heel wat te vermelden.

Springstaart Entomobrya nivalis 1

Entomobrya nivalis lopend over water

Entomobrya nivalis lopend over water

Onder het deksel van onze waterton zitten tientallen springstaartjes. Ze zijn bewegelijk en ook nog eens verschrikkelijk klein, een uitdaging te meer deze eens te gaan fotograferen.
Op de foto Entomobrya nivalis, lopend over het water. Entomobrya nivalis is harig en door het unieke patroon een heel herkenbare soort. Ze zijn heel erg algemeen, volgens de boekjes vooral op mos. De lengte varieert tussen de 0,5 en ruim 2 millimeter.

Papiervisje

Papiervisje ‘leest’ de krant.

Op 12 januari van dit jaar schreef ik over een papiervisje (Ctenolepisma longicaudatum). Omdat ik eerst dacht dat het een zilvervisje was had ik het dier gefotografeerd in een wasbak, zilvervisjes houden nu eenmaal van vocht, en daarna buiten losgelaten. Geen kans dus om het over te doen op een juiste ondergrond.
Gisteren vond ik tussen wat boekwerken op mijn werk weer een papiervisje. Een nieuwe kans dus om het insect nu wel in zijn normale omgeving te fotograferen. Helaas heeft dit papiervisje heel veel van de schubben op zijn rug verloren. Zal ik toch weer op zoek moeten gaan naar een gaaf exemplaar.

Papiervisje Deel 2

Close-up van een papiervisje

Close-up van een papiervisje

 … vervolg van 12 januari.

Bekijken we het Papiervisje (Ctenolepisma longicaudatum) van wat dichterbij dan valt het geschubde blauw glanzende uiterlijk op. Verder zijn de primitieve ogen en de borstelige beharing langs het lichaam en kop goed te zien.

Papiervisje

Een papiervisje in de wasbak

Een papiervisje in de wasbak

Toen ik ’s morgens vroeg op mijn werk het licht aandeed zag ik opeens een, wat ik toen nog dacht, zilvervisje rennen. Daar het aanbod van fotografische onderwerpen voor mij in dit jaargetijde wat mager is heb het dier meteen in een potje gestopt en meegenomen naar huis.
Na het fotograferen de insectengids er bij gepakt. Het bleek al snel dat het niet om een zilvervisje ging, maar wat dan? Een papiervisje? Er blijken op het internet niet veel goede foto’s beschikbaar van het papiervisje en ook de omschrijvingen van het beestje spreken elkaar vaak tegen. Uiteindelijk vond ik toch een Amerikaanse site met goede foto’s.
Het gaat dus inderdaad om een Papiervisje (Ctenolepisma longicaudatum). Papiervisjes zijn vrij primitieve vleugelloze insecten van ongeveer twee centimeter lang die leven tussen boeken en papieren. Ze voeden zich met cellulose, een stof die veel voorkomt in papier. Ze kunnen daarom grote schade aan richten in boekenkasten. Bij grote concentraties van het papiervisje kunnen de schilfers van de larven gezondheidsproblemen zoals benauwdheid veroorzaken.

Schuimbeestje Deel 2

Schuimbeestje of Spuugbeestje.

Gisteren keken we tegen de onderkant van het Schuimbeestje (Philaenus spumarius), vandaag zoals je hem meestal zult zien, vanaf de bovenkant. Het patroon op de rug is variabel, ze zien er dus niet altijd zo uit als op de foto.

Common Froghopper.