Krabbenschaar

Krabbenresten op het strand.

Deze poot van een gewone strandkrab (Carcinus maenas) is waarschijnlijk een restje van de maaltijd van een meeuw. De zee heeft er mee gespeeld en haar sporen in het zand achtergelaten.

Zeeklit 2

Onderkant van een zeeklit.

… vervolg van gisteren.

Aan de onderkant van de zeeklit (Echinocardium cordatum) bevinden zich vijf dubbele rijen zuigvoetjes. De zeeklit die wel tot 230 meter diep leeft, graaft zich met behulp van de stekels 8 tot 20 centimeter de bodem in. Het voedsel bestaat uit kleine slakjes en wormen.

Zeeklit 1

Stekelige zeeklit.

Wat ligt er nu weer op het strand? Is het een kokosnoot? Nee, het is een zeeklit (Echinocardium cordatum), een ongeveer zes centimeter grote zee-egelsoort die soms massaal aanspoeld op de Hollandse kust. Het skelet van kalk is begroeid met korte stekels die plat op het lichaam liggen.

Wordt vervolgd …

Wulkeieren

Eieren van de wulk.

Een wulk (Buccinum undatum) is een flinke zeeslak van zo’n 11 cm bij 7 cm die leeft vanaf de waterlijn tot op grote diepte. De eikapsels, die in het algemeen door meerdere vrouwtjes zijn gevormd, kun je vaak vinden langs de kust.

Jonge Tong

Jonge Tong in verschillende stadia.

Van de week heb ik wat foto’s gemaakt van proefopstellingen voor marien onderzoek. Bij een van de proeven werd jonge Tong (Solea solea) gebruikt. Deze waren in het laboratorium uitgekweekt.
Tong komt, net als alle platvissen, uit het ei als een ‘gewone’ vis met ogen aan beide zijden van het lichaam, maar ondergaat na een aantal weken een metamorfose. Het linkeroog verplaatst zich naar de rechterzijde van het lichaam en de vis gaat op zijn linker kant zwemmen.
Op de foto zijn de verschillende stadia goed te zien. Het rechter exemplaar heeft de ogen nog gescheiden en zwemt rechtop. De linker tong ook, maar zwemt al op een kant. Bij de middelste tong is de verandering compleet.

Young Sole.

Gewone Zeester

Drie Gewone zeesterren op een steen.

Dit kan je zien als je een stuk steen uit het zeewater pakt. Drie Gewone zeesterren (Asterias rubens) hebben zich aan de onderkant vastgeklampt.
De Gewone zeester leeft van allerlei ongewervelden, maar voornamelijk van tweekleppige schelpdieren, vooral mosselen.
Als de zeester een schelpdier te pakken heeft zal hij hem omarmen en net zo lang met zijn met zuignappen uitgevoerde poten aan de schelphelften trekken totdat deze het opgeeft en er een opening ontstaat. Hierna zal de zeester zijn maag door de opening naar binnen brengen en hem in zijn eigen huis opeten.
Ook een manier van uit eten gaan …

Common Starfish.

Breedpootkrab

Breedpootkrab – Portumnus latipes.

De Breedpootkrab (Portumnus latipes) is een kreeftachtige uit de familie zwemkrabben (Portunidae). Het is een vrij kleine krab met een maximale breedte van het rugschild van 3 centimeter. De Breedpootkrab leeft in de getijdenzone op een diepte van 30 meter, het liefst in een gebied met fijn zand.
Zwemkrabben zijn te herkennen aan het afgeplatte vijfde paar poten.
Ze kunnen zich ontzettend snel ingraven, zo bleek toen we deze krab langs de waterlijn op het zand zetten. Binnen enkele seconden was het dier verdwenen.

Pennant’s Swimming Crab.

Kompaskwal

Patronen van de kompaskwal.

Een Kompaskwal (Chrysaora hysoscella) heeft een doorzichtig parasolvormig lichaam dat een doorsnede kan hebben van 30 centimeter, de tentakels kunnen zelfs een lengte van 2 meter bereiken. Kenmerkend zijn de rode strepen in de vorm van een kompasroos.
De aangespoelde kompaskwal op de foto is van boven gefotografeerd en laat goed zien waar zijn naam vandaan komt.

Compass Jellyfish.

Hondshaai

Dode Hondshaai op het strand.

Onlangs was ik aanwezig bij een door de KNNV Afdeling Den Helder georganiseerde excursie op de dijk van Den Helder. De excursieleider had een dode Hondshaai (Scyliorhinus canicula) meegenomen om aan de deelnemers te tonen en vooral te laten voelen. De huid van deze haai voelt aan als grof schuurpapier en werd daar vroeger inderdaad ook voor gebruikt.
Een paar dagen na de excursie stond er een foto in het regionale dagblad van iemand met een dode hondshaai in de handen. Hij had hem langs de dijk van Den Helder gevonden. ‘Een bijzondere vondst’, stond in het artikel. Nu weet ik toevallig dat de vindplaats van die haai vlak bij de woning is van onze excursieleider. Toeval? Ik denk het niet!

Small-spotted Catshark.

Fossiele Pelikaansvoet

Fossiele Pelikaansvoet.

Gisteren heb ik een bezoek gebracht aan de Zuid-Limburgse mergelgroeve ’t Rooth nabij Bemelen. Deze groeve heb ik al vaker bezocht, maar dan onder andere voor de reptielen en amfibieën die er voorkomen.
Amateurgeologen kunnen hier ook hun hart ophalen met het zoeken naar fossielen. Ik heb mijn geluk ook eens beproefd en vond zowaar een prachtig fossiel. Het bleek volgens een daar aanwezige expert te gaan om een Pelikaansvoet (Aporrhais pespelecani), een schelp die nog steeds voorkomt. Deze leefde 65 miljoen jaar geleden.
De schelp is vergaan en een afdruk van de binnenkant van het zeedier is in de zachte zandsteen overgebleven.