december 2009
M D W D V Z Z
« nov   jan »
 123456
78910111213
14151617181920
21222324252627
28293031  

Gelukkig Nieuwjaar

Nieuwjaar_0891

… en de beste wensen voor 2010!

Lacinus Ephippiatus 2

Detail van het kopborststuk van Lacinus ephippiatus

Detail van het kopborststuk van Lacinus ephippiatus

… vervolg van 26 december.

Het is een behoorlijke crop van de originele afbeelding, maar je kunt hier wel een aantal typische kenmerken van de hooiwagen Lacinus ephippiatus zien.
De oogheuvel met daarop twee rijen van vijf of zes lange tanden is er een van. Verder zie je voor de oogheuvel op de punt van het kopborststuk de zogenaamde drietand met drie ongeveer even lange, omhoog wijzende tanden.

Zo uitvergroot is pas goed te zien wat een bijzondere dieren hooiwagens zijn.

Papiervisje

Papiervisje in de spoelbak.

Papiervisje in de spoelbak.

Ik sta vanmorgen met mijn slaperige kop te ontbijten in de keuken als ik opeens een wezentje zie rennen door de spoelbak. Je denkt dan meteen aan een zilvervisje, dat was het feitelijk ook want het behoort tot de orde van de zilvervisjes (Zygentoma), maar om precies te zijn is het een papiervisje (Ctenolepisma longicaudatum). Papiervisjes hebben namelijk antennes en staartdraden die langer zijn dan de lengte van hun lichaam en ze zijn ook wat donkerder van kleur.

Het lichaam van een papiervisje is bedekt met blauw-paars gekleurde schubben. Ze kunnen een lengte bereiken van zo’n twee centimeter en zijn aan te treffen tussen boeken en papieren (die van mij had zeker gewoon dorst). Ze voeden zich met organisch materiaal zoals vezels uit papier, kunstvezels uit cellulose en textiel van plantaardige vezels. Ook kleinere soortgenoten staan op het menu. Ze leven dus in een droge omgeving in tegenstelling tot het echte zilvervisje (Lepisma saccharina).

Lacinus Ephippiatus

Vrouwtje Lacinus ephippiatus

Vrouwtje Lacinus ephippiatus

Ze ziet er zo groot in beeld vervaarlijk uit, maar dat valt wel mee hoor. Het is slechts een hooiwagen en wel Lacinus ephippiatus.
Hooiwagens (Opiliones) vormen een orde binnen de de klasse van spinachtigen (Arachnida). Er zijn wereldwijd ongeveer 6000 soorten beschreven. In Nederland zijn 30 soorten bekend.

Hooiwagens worden vaak met spinnen verward, vooral met de grote trilspin (Pholcus phalangioides). Het duidelijkste verschil met spinnen is de afwezigheid van de sterke insnoering tussen kopborststuk en achterlijf. Ook hebben hooiwagens geen spintepels of gifklieren.

 

De belangrijkste kenmerken van hooiwagens zijn:

  • vier paar poten
  • kopborststuk en achterlijf die over de volle breedte versmolten zijn
  • aanwezigheid van een oogheuvel op het kopborststuk
  • bezit van inwendige geslachtsorganen

Bron: De Nederlandse Hooiwagens door Hay Wijnhoven

Wordt vervolgd …

Gewone Oorworm

Vrouwtje van de gewone oorworm

Vrouwtje van de gewone oorworm

Getverderrie, ik vind tot nu toe alleen maar gewone oorwormen (Forficula auricularia) terwijl er genoeg andere soorten zijn.
Toen ik bijgaande oorworm vond, dacht ik eindelijk te maken te hebben met een andere soort. Helaas bleek het toch weer een gewone oorworm. Een vrouwtje ditmaal. Dat kun je zien aan de tangen, die zijn bij de vrouwtjes recht, terwijl de mannetjes halfronde tangetjes hebben.

Hier meer over de broedzorg van de gewone oorworm.

Gewone Komkommerspin

Jong vrouwtje van de gewone komkommerspin

Jong vrouwtje van de gewone komkommerspin

Dit twee millimeter kleine spinnetje vond ik ergens in een bosrijk gebied op de Veluwe. Eigenlijk moet ik zeggen dat het diertje mij gevonden had, want het zat op mijn rugzak. Gauw het opvallend rode beestje in een potje gedaan om het later te kunnen fotograferen.
Het fotograferen was nog te doen, de passende soortnaam erbij zoeken bleek een groter probleem. Ik kwam er zelf niet uit, de spinnenkenner die ik aanschreef kwam niet verder dan het geslacht Araniella. Met deze kennis ben ik verder gaan zoeken op het internet en vond uiteindelijk dat het het een juveniele gewone komkommerspin (Araniella cucurbitina) moet zijn. De jonge spinnen van deze soort zijn voor de overwintering vaak rood.

Kleverig Koraalzwammetje

Kleverig koraalzwammetje

Kleverig koraalzwammetje

Taai en glibberig, dat zijn de eigenschappen van het kleverig koraalzwammetje (Calocera viscosa), een helder oranje paddenstoel welke op vermolmde stronken en stammen van dennen groeit. De steeltjes zijn vier tot acht centimeter hoog en vertakt als een gewei of koraal.

Grote Wintervlinder

Mannetje van de grote wintervlinder

Mannetje van de grote wintervlinder

Tijdens een wandelingetje vanmiddag vonden we drie exemplaren van de grote wintervlinder (Erannis defoliaria) vlak bij een buitenlamp rustend op een muur. Alle drie waren ze totaal anders getekend, van bijna geheel bruin tot heel contrastrijk zoals die op de foto. Het waren allen mannetjes, want alleen deze hebben vleugels. Het vrouwtje is net zoals bij de kleine wintervlinder vleugelloos.

Heideknotszwam

Heideknotszwam naast rode heidelucifer

Heideknotszwam naast rode heidelucifer

Een niet zo heel erg algemene paddenstoel is de heideknotszwam (Clavaria argillacea). Zoals de naam al doet vermoeden kun je hem vinden op de heide, maar ook op andere voedselarme, zure gronden zoals verstuivingen en in de duinen.
De bleekgele knotsvormige vruchtlichamen hebben een stompe top en worden 3 tot 8 centimeter hoog en 2 tot 8 millimeter dik. In groepjes, maar ook solitair.

Echte Tonderzwam

Geotropie van een echte tonderzwam

Geotropie van een echte tonderzwam

Op 17 februari van dit jaar berichtte ik over de geotropie van een echte tonderzwam (Fomes fomentarius). Laatst was ik toevallig weer op dezelfde plek en heb de zwam weer op de foto gezet. De paddenstoel blijkt in de tussentijd aardig gegroeid te zijn.