
Agaatvlinderrups
Volgens mij heeft deze rups van de agaatvlinder (Phlogophora meticulosa) zich een beetje vergist in de temperatuur. Verstijft van de kou zit het dier nu open en bloot op een takje van de clematis te wachten op betere tijden.
Het is niet te hopen voor hem dat een vogel andere plannen met hem heeft.

Kleine voorjaarsspanner
Een zeker niet algemene nachtvlinder in het noorden van Noord-Holland is de kleine voorjaarsspanner (Agriopis leucophaearia). Op Vlindernet zag ik in het Robbenoordbos slechts één andere melding. Dit mannetje dat ik gisteren fotografeerde komt ook uit die buurt.
Alleen het mannetje van de kleine voorjaarsspanner kan vliegen, het vrouwtje heeft slechts een paar stompjes. De spanwijdte van het mannetje is ongeveer drie centimeter. De vliegtijd is van januari tot half april.

Brede wielwebspin
In de herfst van het vorige jaar troffen we op de Veluwe een aantal uit dor gras gevlochten nestjes aan. De nestjes bevonden zich in de top van het gras.
Na het openmaken van zo’n nestje bleek er een klein spinnetje in te zitten en wel een brede wielwebspin (Agalenatea redii). Ik neem aan dat de spinnetjes in de nestjes overwinteren, maar kan verder geen informatie vinden over dit gedrag.
Leuk om te vermelden is dat deze spinnensoort in het Duits “Körbchenspinne” (mandjesspin) wordt genoemd, maar dat is omdat de spin in een gesponnen mandje naast haar web wacht op een prooi.

Bladpootwants
Van de week kwam mijn buurman aan de deur met een insect in een plastic potje. In het potje zat een flinke wants, hoewel je een wants eigenlijk in deze tijd van het jaar niet zou verwachten.
Na wat foto’s van het dier gemaakt te hebben wilde ik de wants determineren. De wants had opvallende verbredingen aan de schenen van de achterpoten dus determinatie moest eenvoudig zijn (dacht ik). Mijn insectengids bracht geen uitkomst, ook een Duitse internetsite met Europese wantsensoorten niet. Een tweede internetsite bracht me na wat zoekwerk uiteindelijk wel de oplossing.
Het gaat hier om de bladpootwants (Leptoglossus occidentalis), een wants die oorspronkelijk uit Noord-Amerika komt en pas in 2007 voor het eerst in Nederland is waargenomen. In 2008 waren er slechts tien waarnemingen van deze soort en op waarneming.nl telde ik er al 34 in 2009. De soort is dus duidelijk in opmars in Nederland. Opvallend is dat de meeste van deze waarnemingen langs de kust plaatsvinden.
De bladpootwants is een randwants (Coreidae) met een lengte van zo’n twee centimeter en kan goed vliegen. De soort leeft op verschillende soorten naaldbomen, vooral op den en spar, maar in stedelijk gebied ook op ceder en jeneverbes. De wantsen zuigen aan de ontwikkelende zaden en jonge scheuten en kunnen daardoor aanzienlijke schade aanrichten aan de zaadproductie van de waardplant.
De bladpootwants heeft doorgaans één generatie per jaar en overwintert als adult. Ze overwinteren op beschutte plaatsen, onder andere in woningen. Soms in grote groepen omdat ze elkaar aantrekken door de afscheiding van feromonen.

Jonge merel
Kiekeboe! Een merel (Turdus merula) loert van achter een houten paal in het rond.
De snavel van dit mannetje is nog niet helemaal oranjegeel gekleurd, het is een jong van vorig jaar.
Recente reacties