
Platybunus pinetorum
Met lange poten en een lichaam van 5 tot 8 millimeter is de hooiwagen Platybunus pinetorum een forse verschijning. Enkele kenmerken zijn dat de oogheuvel breder dan lang is en de ogen zwart omrand. Opvallend zijn verder de forse tanden op de palpen.
Platybunus pinetorum is zeer zeldzaam in Nederland. Ik heb dit vrouwtje in Duitsland gefotografeerd, daar wordt deze soort steeds vaker wordt gemeld.

Rode hooiwagen
De rode hooiwagen (Opilio canestrinii) zul je in deze tijd van het jaar waarschijnlijk niet meer aantreffen, maar in zachte winters zijn ze tot in februari te vinden. De meest actieve periode is van september tot in november.
Met een lengte van 3,8 mm (mannetjes) tot 8 mm (vrouwtjes) zijn het middelgrote hooiwagens. Verder zijn ze lichtgekleurd en langbenig.
De habitat van de rode hooiwagen is tuin en park, verder ook te vinden in meer natuurlijke biotopen zoals bosranden, lichte bossen en ruig begroeide oevers.
Oorspronkelijk is de rode hooiwagen afkomstig uit Italië en in de laatste 20 jaar over heel West-Europa verbreid.
Let op de droeve blik van dit vrouwtje, dat zou ik overigens ook zijn als ik een been miste.

Detail van het kopborststuk van Lacinus ephippiatus
… vervolg van 26 december.
Het is een behoorlijke crop van de originele afbeelding, maar je kunt hier wel een aantal typische kenmerken van de hooiwagen Lacinus ephippiatus zien.
De oogheuvel met daarop twee rijen van vijf of zes lange tanden is er een van. Verder zie je voor de oogheuvel op de punt van het kopborststuk de zogenaamde drietand met drie ongeveer even lange, omhoog wijzende tanden.
Zo uitvergroot is pas goed te zien wat een bijzondere dieren hooiwagens zijn.

Mannetje strekpoot
Nog maar een paar jaar geleden was de strekpoot (Dicranopalpus ramosus) een nieuwe hooiwagensoort in Nederland. Ik weet nog goed dat ik in november 2006 mijn eerste strekpoten zag op de Veluwe en een paar weken later de eerste waarneming in Den Helder had. Nog wel in mijn eigen tuin! Volgens mij hadden ze toen zelfs nog helemaal geen Nederlandse naam.
Twee weken geleden telde ik er op het kerkhof van Den Helder bijna 160, waarvan 128 op één klein gebouwtje! Ze rukken in angstaanjagende snelheid op.
Kent u de film/boek ‘War of the Worlds’? Herinnert u zich de machines van die buitenaardse wezens? Lijken op hooiwagens hè? Slaap lekker …

Hooiwagen - Opilio canestrinii
Hooiwagens zijn geen spinnen en ook geen insecten, hoewel de hooiwagen op de foto door een ongelukje maar zes poten heeft. Ze komen wel uit dezelfde groep als de spinnen: de Arachniden.
Spinnen behoren tot de orde Araneae en hebben een gedeeld (voor en achter) lichaam en zes of acht ogen. Hooiwagens, behorende tot de orde Opiliones, hebben een ongedeeld lichaam en maar twee ogen. Bovendien kunnen hooiwagens niet spinnen en zijn ze niet giftig.
Een andere bijzonderheid van hooiwagens is dat het tweede paar poten het langst is. Blijkbaar zijn deze poten daarom ook kwetstbaarder omdat precies dit potenpaar ontbreekt bij deze gefotografeerde Opilio saxatilis Opilio canestrinii.

Hooiwagen Dicranopalpus ramosus
… vervolg van gisteren.
Op de foto de typische rusthouding van de hooiwagen Dicranopalpus ramosus met de poten zijdelings van het lichaam uitgestrekt. Dit vrouwtje zit op het metalen scharnier van mijn schuurdeur.

Vrouwtje Dicranopalpus ramosus
Vorig jaar ontdekte ik als eerste de hooiwagen Dicranopalpus ramosus in Den Helder. Toen nog een unicum, maar de soort wordt steeds gewoner in Nederland. Dit jaar heb ik er al twee gevonden binnen onze stadsgrenzen.
Dicranopalpus ramosus is in 1993 voor het eerst in Nederland waargenomen. Oorspronkelijk komt de soort uit het westen van de Middellandse Zee, maar is nu ook bekend in Spanje, Portugal, Frankrijk, Duitsland, België, Engeland en Nederland. Wellicht een gevolg van de klimaatverandering.
Dicranopalpus ramosus is heel makkelijk te herkennen. Het lichaam van het mannetje is ongeveer 3 mm. Het lijf is afgeplat, geelbruin, vaak met een donkere dwarsband boven de ogen. Het zogenaamde ‘boevenmasker’. Het vrouwtje is tot 6 mm lang, geelbruin met lichte en donkere dwarsstreepjes. Het achterlijf van het vrouwtje eindigd in een soort bochel. Meest kenmerkend voor Dicranopalpus ramosus is de rusthouding, waarbij alle poten evenwijdig aan elkaar, zijdelings worden uitgestrekt. Een andere eenvoudig kenmerk zit op de palpen, die zich op de voorzijde van het lichaam vlak naast de kaken bevinden. Deze palpen zijn bij Dicranopalpus ramosus vertakt, dit vorkje komt bij geen enkele andere hooiwagensoort voor.
Bron: Tussen Duin & Dijk 3/2006 door Jinze Noordijk en Hay Wijnhoven.
Recente reacties