Sluipwesp Dinocampus coccinellae – slot

Dinocampus coccinellae en lieveheersbeestje

Dinocampus coccinellae en lieveheersbeestje

… vervolg van deel 5.

Raak! De kleine sluipwesp Dinocampus coccinellae steekt haar legboor tussen het lichaam en dekschild van het zevenstippelig lieveheersbeestje en injecteert een eitje. De ontwikkeling van een nieuwe sluipwesp is begonnen.

Klik hier voor het hele verhaal.

Sluipwesp Dinocampus coccinellae – deel 5

Sluipwesp Dinocampus coccinellae

Sluipwesp Dinocampus coccinellae

… vervolg van 6 juni.

De sluipwesp Dinocampus coccinellae nadert het lieveheersbeestje en door haar achterlichaam tussen de pootjes naar voren te buigen, brengt ze haar legboor in de aanslag.

Wordt vervolgd

Sluipwesp Dinocampus coccinellae – deel 1

Cocon onder een lieveheersbeestje

Cocon onder een lieveheersbeestje

Laatst ontdekte ik in mijn tuin een zevenstippelig lieveheersbeestje (Coccinella septempunctata) dat op een bolletje spinsel zat. Aangezien lieveheersbeestjes helemaal geen spinsel kunnen aanmaken wist ik even niet wat ik er mee aan moest.
Gelukkig brengt internet dan uitkomst. Het is vermoedelijk de verpopte larve van een kleine sluipwesp genaamd Dinocampus coccinellae.
Deze sluipwesp heeft een zeer interessante manier van voortplanten. De wesp legt door middel van haar legboor een eitje in een lieveheersbeestje. In het geval van Dinocampus coccinellae gaat het meestal om zevenstippelige lieveheersbeestjes. Het eitje ontwikkelt zich tot larve en gaat een bepaalde chemische stof afscheiden. Deze stof gaat cellen van het lieveheersbeestje veranderen waarmee de larve zich voedt. Het lieveheersbeestje wordt dus niet van binnen opgegeten en blijft ‘gewoon’ leven. Nadat de larve een week of drie, vier in de kever geleefd heeft bijt het de zenuwen van de pootjes van zijn gastheer door zodat deze niet meer kan lopen. Hierna verlaat de larve het lieveheersbeestje en maakt een cocon tussen de pootjes van de arme, nog steeds levende kever. In de cocon ontwikkelt zich in een dag of negen een nieuwe sluipwesp.

Allemaal heel interessant, dus wilde ik ook wel eens zien wat er ging gebeuren. Bovendien vond ik nog twee geparasiteerde zevenstippelige lieveheersbeestjes die op een cocon zaten. Alle drie in een bakje gedaan en nu maar afwachten.

Wordt vervolgd

Kortvleugelboorkever

Kortvleugelboorkever

Kortvleugelboorkever

Een niet heel erg algemene kever in Nederland is de kortvleugelboorkever (Valgus hemipterus). Deze soort is meer bekend in Zuid- en Middeneuropa.
De larven van deze kever ontwikkelen zich gedurende een jaar in het rottende hout van afgestorven loofbomen. De 6 tot 10 millimeter grote kever kun je in mei en juni op bloemen en hout aantreffen. Kenmerkend zijn de verkorte dekschilden. De vrouwtjes zijn te herkennen aan de legboor op het achterlichaam.

Zuidelijke Boomsprinkhaan

Vrouwtje van de zuidelijke boomsprinkhaan

Vrouwtje van de zuidelijke boomsprinkhaan

Het is ongeveer een jaar geleden dat ik een groene sprinkhaan ontdekte op mijn auto. Ik ving de sprinkhaan en maakte er wat foto’s van.

Na wat literatuur doorzocht te hebben kwam ik tot de conclusie dat het een zuidelijke boomsprinkhaan (Meconema meridionale) moest zijn, een heel zeldzame soort in Nederland. Ik mailde mijn conclusie en foto’s naar een sprinkhanenexpert.
Binnen enkele minuten had ik al antwoord: ik had de meest noordelijke zuidelijke boomsprinkhaan van Nederland tot nu toe gevonden! Misschien wel de meest noordelijke van Europa!
Een leuke boodschap. Enkele weken later echter vond ik nog een zuidelijke boomsprinkhaan in mijn tuin. Ook dit jaar heb ik er al twee in mijn tuin gevonden. Tot nu toe drie vrouwtjes en een mannetje. Het lijkt er op dat er een kleine populatie in mijn tuin leeft.
Op de foto zie je een vrouwtje van de zuidelijke boomsprinkhaan, deze week gevonden. Het vrouwtje kun je herkennen aan de kromme legboor aan het achterlijf, mannetjes hebben uiteraard geen legboor.