Doodshoofdzweefvlieg

Doodshoofdzweefvlieg

Doodshoofdzweefvlieg

Tijdens de spaarzame momenten dat de zon scheen vond ik dit vrouwtje doodshoofdzweefvlieg (Myathropa florea) zonnend op een blad van een haagbeuk.
Dat het een vrouwtje betreft kun je zien aan de ogen. Bij een mannetje raken de ogen elkaar, bij een vrouwtje zit er ruimte tussen. Dit geldt overigens voor veel zweefvliegsoorten maar niet voor alle.

Huisspringspin

Huisspringspin

Huisspringspin

Niet te verwarren met de huiszebraspin (Salticus scenicus) is dit een huisspringspin (Euophrys lanigera).
Vrouwtjes, zoals dit exemplaar, worden 4 tot 5 millimeter groot. In tegenstelling tot de huiszebraspin, die zich het liefst buiten op zonnige muren ophoudt, kun je de huisspringspin het gehele jaar binnen in woningen aantreffen.
Zoals alle springspinnen (Salticidae) heeft ook de huisspringspin vier grote ogen aan de voorkant van de kop waarmee ze heel goed kunnen zien.

Pyjamazweefvlieg

Vrouwtje pyjamazweefvlieg

Vrouwtje pyjamazweefvlieg

Een zweefvlieg is niet echt een insect dat je in deze tijd zou verwachten, toch kan de pyjamazweefvlieg (Episyrphus balteatus)  bijna het hele jaar aangetroffen worden. Het zachte weer van de laatste dagen zal de kans daarop zeker verhogen.
Het vrouwtje, herkenbaar aan ruimte tussen de ogen, op de foto trof ik van de week in mijn woonkamer aan. Waarschijnlijk is ze meegekomen met het wasgoed dat buiten hing.
Ik heb haar op een witte ondergrond gefotografeerd zodat haar kleurrijke lichaam met zeer grote ogen mooi afsteekt.

Vrouwtje Zwartstaartwolfspin

Vrouwtje zwartstaartwolfspin met cocon

Vrouwtje zwartstaartwolfspin met cocon

Wolfspinnen zijn vrij jagende rovers. Ze maken geen web, maar jagen op hun prooi, voornamelijk gebruik makend van hun goede gezichtsvermogen. Zoals veel spinnen hebben ze acht ogen, vier kleine aan de voorkant van hun kop, twee grote ogen daar boven en tenslotte nog twee vrij grote ogen boven op hun kop. Het vrouwtje van de wolfspin draagt haar eiercocon aan de  spintepels en als de jongen uitgekomen zijn worden deze vervoerd op het achterlijf.
De foto toont een vrouwtje van de zwartstaartwolfspin (Pardosa lugubris) met eiercocon. Zwartstaartwolfspinnen zie (en hoor)  je veel langs bospaden, ze ritselen dan door het gebladerte op de grond.

Schorsmarpissa

Vrouwtje schorsmarpissa

Vrouwtje schorsmarpissa

De schorsmarpissa (Marpissa muscosa) behoort met een lengte van 8-11 mm tot de grootste soort springspinnen van ons land. Springspinnen zijn te herkennen aan de naar verhouding grote ogen aan de voorkant van de kop. Ze kunnen dan ook zeer goed zien.
Het vrouwtje op de foto was zeer geïnteresseerd in mijn camera en richtte zich steeds verder op naarmate mijn lens dichterbij kwam. Een aantal keren sprong ze daadwerkelijk op de lens. Misschien dacht ze dat de voorkant van de lens een opening was waarin ze kon vluchten.

Gewone Goudoogdaas Deel 2

Ogen van een vrouwelijke gewone goudoogdaas

Ogen van een vrouwelijke gewone goudoogdaas

… vervolg van gisteren.

Hoe vervelend het vrouwtje van de gewone goudoogdaas (Chrysops relictus) ook kan bijten, haar ogen zijn prachtig.

Het verschil tussen de mannetjes en de vrouwtjes is te herkennen aan de stand van de ogen. Bij de vrouwtjes staan ze uit elkaar, bij de mannetjes tegen elkaar aan.

Op de foto zijn bovendien de bijtende monddelen van de gewone goudoogdaas goed te zien.

Schietmot Glyphotaelius pellucidus 2

Schietmot Glyphotaelius pellucidus

Schietmot Glyphotaelius pellucidus

Hier zie je dezelfde schietmot (Glyphotaelius pellucidus) als gisteren, maar ditmaal gefotografeerd met een speciale macrolens. De ogen vallen nu goed op en ook de sporen op de poten, welke bij het determineren van schietmotten belangrijk zijn, zijn duidelijk zichtbaar.