Meer Meriansborstel

Meriansborstel

Gezien de vele reacties op de rups van de meriansborstel (Calliteara pudibunda) kan ik niet achterblijven. Ook ik vond zo’n kleurrijke rups wandelend over een binnenweg, waarschijnlijk op zoek naar een plek om zich te verpoppen.

Bloeiende Sleedoorn

Sleedoorn

Een andere lentebode is de bloeiende sleedoorn (Prunus spinosa), een plant uit de rozenfamilie. Met name langs bosranden een veel voorkomende soort.
De meidoornstippelmot kan een plaag zijn voor de sleedoorn. De rups van deze nachtvlinder kan de plant helemaal kaal vreten.

Psi-uil

Psi-uil

Psi-uil

… vervolg van 27 september.

Hier is dan de vlinder die uit de verpopte bont gekleurde rups van het vorige artikel moet komen.
De psi-uil (Acronicta psi) is lang niet zo opvallend als je zou verwachten na het zien van zijn rups.
Deze vlinder lijkt uiterlijk zeer veel op een drietand (Acronicta tridens) en is eigenlijk alleen door genitaliënonderzoek met zekerheid te determineren.

Rups van de Psi-uil

Psi-uil rups

Psi-uil rups

Ik weet niet wat er met de dieren aan de hand is, het lijkt wel of ze me opzoeken om op de foto te mogen.
Deze rups van de psi-uil (Acronicta psi) hing aan het kozijn van mijn voordeur. Waarschijnlijk was hij van de meidoorn voor ons huis op zoek gegaan naar een plaats om zich te verpoppen. Dat doen ze gewoonlijk in een losse grijze cocon achter schors, in een schorsspleet of in dood hout.
Het is een opvallend zwart-rode rups met een gele streep op rug en flanken en een flinke bult achter de kop.
De volgende keer zal ik de vlinder laten zien, dus wordt vervolgd …

Groot Avondrood

Groot avondrood

Groot avondrood

Een andere bezoeker van de Nationale Nachtvlindernacht van het afgelopen weekend was een groot avondrood (Deilephila elpenor). Een prachtig gekleurde pijlstaartvlinder(Sphingidae) met een spanwijdte van zo’n zes centimeter.
De waardplanten van groot avondrood zijn o.a. wilgenroosje, springzaad, waterdrieblad, kattenstaart en teunisbloem. Ook op fuchsia wordt de rups met zijn opvallende oogvlekken wel gevonden.

Dwergvedermot

Dwergvedermot

Dwergvedermot

De dwergvedermot (Adaina microdactyla) is met zijn spanwijdte van 13 millimeter inderdaad maar een klein nachtvlindertje.
De soort vliegt in twee generaties van april tot juni en van augustus tot september. De rupsen van de zomergeneratie leven van bloemen en zaaddozen, de rupsen van de wintergeneratie boren zich in plantenstengels en overwinteren daar.

Kameeltje

Kameeltje

Kameeltje

Het dier waar ik nu op doel is geen zoogdier op vier poten, maar een insect op zes poten.
Dit kameeltje (Notodonta ziczac) is een nachtvlinder uit de groep tandvlinders of Notodontidae. De rups van het kameeltje heeft twee bulten op de rug, vandaar die naam.

Rups van de Agaatvlinder

Agaatvlinderrups

Agaatvlinderrups

Volgens mij heeft deze rups van de agaatvlinder (Phlogophora meticulosa) zich een beetje vergist in de temperatuur. Verstijft van de kou zit het dier nu open en bloot op een takje van de clematis te wachten op betere tijden.
Het is niet te hopen voor hem dat een vogel andere plannen met hem heeft.

Bruine Herfstuil

Bruine herfstuil op een blad

Bruine herfstuil

Op het moment van schrijven vliegt de bruine herfstuil (Agrochola circellaris) al niet meer, deze soort is van augustus tot december op de vleugels.
De ongeveer twee centimeter grote nachtvlinder uit de groep Noctuidae is ondermeer herkenbaar aan de donkere vlekken aan de binnenkant van de niervlek. Ze laten zich goed lokken met smeer of met licht.
De rupsen van de bruine herfstuil leven van maart tot juni op diverse loofbomen zoals iep, populier en es. Eerst voeden ze zich met de bloemen en later de bladeren. Daarna laten ze zich op de grond vallen en eten van kruidachtige planten totdat ze zich in de grond verpoppen. Na ongeveer zes weken komt de vlinder uit.

Urntjeswesp 2

Trechtervormige nestingang

Trechtervormige nestingang

vervolg van 7 september.

Een tijdje later is het nestcel van urntjeswesp Eumenes papillarius volledig klaar om in gebruik te worden genomen. Nu wordt ook duidelijk waarom deze groep van wespen urntjeswespen genoemd worden: de opening van het nest lijkt heel veel op de hals van een urn. Deze vorm heeft een tweeledig doel, namelijk als trechter en specievoorraad.
De wesp gaat nu op zoek naar de rups van (meestal) een spanner, verdooft deze met een steek van haar angel en duwt deze door het trechtervormige gat naar binnen. Meerdere rupsen worden zo naar binnen gepropt. Deze rupsen dienen later als levend voedsel voor de larve van de wesp.
Nadat de wesp één eitje in het nest heeft afgezet wordt het gaatje afgesloten gebruik makend van de specie uit de trechter.

Wordt vervolgd …